De St-Hubertusparochie te Asse-Terheide werd pas op 21 september 1864 opgericht als een zelfstandige parochie behorende bij de dekenij Asse. Aan die officiële erkenning ging echter een eeuwenlang streven vooraf om los te komen van Asse St-Martinus.
Het begon al in het begin van de 15de eeuw met de bouw van de "capelle van Sint Huybrecht" door hertog Jan lV van Brabant (+1427) die hiermee een belofte inloste n.a.v. een jachtongeval in de Affligemse bossen. Korte tijd nadien stichtte zijn leenman Jan van Grimbergen, heer tot Asse (+1440), in de St-Hubertuskapel een kapelanij ter ere van O.L.-Vrouw in de Nood. Deze eeuwigdurende fundatie verplichtte de beneficiant tot het lezen van 5 missen om de 14 dagen. Voor zondagsviering en bediening van sacramenten moest de gelovige gemeenschap evenwel nog steeds naar Asse-Dorp.
Stappen in de richting van een zelfstandige parochie werden gezet in de 17de en de 18de eeuw. Belangrijk was, in 1619, de reorganisatie van het kapelanijwezen te Asse. Zo kreeg Asse-Terheide een vaste bedienaar voor zijn kapel.
De vooruitstrevende Jan Ardennois liet de pas bevallen moeders toe in de kapel hun kerkgang te doen en las zelf in het octaaf van St-Hubertus (3 nov) de feestmis. In 1667 liet hij zelfs een nieuwe kapel houwen in de stijl van de Boskapel van Buggenhout. Een verzoek in 1686 - Terheide telde dan zo'n 300 inwoners - om ook elke zondag mis te mogen lezen werd door aartsbisschop de Berghes echter afgewezen. Daarin lukte men wel in de 18de eeuw.
Onderpastoor Hendrik van Elswijck (+1744) schilderde zelf het nog bestaande altaarschilderij "de bewening van Christus" en schonk ons zijn - intussen gestolen - kelk. Jan de Reus stichtte in 1763 de Confrerie van St-Hubertus en bekwam dat vanaf 1768 de 400 bewoners in de St-Hubertuskapel ook hun zondagsplicht konden vervullen.
In 1797 werd de kapel door de Franse bezetter genationaliseerd om als "zwart goed" te worden verkocht. Barbara du Bois, bazin in "de Kroon", kocht ze. Ze liet toe dat er in de kapel op de feestdagen een gebedsdienst werd gehouden. Na 1802 stond zij haar eigendom af aan de Kerkfabriek van Asse.
De eerste pastorie werd in 1831 gebouwd door een zekere Pater Marcus (Jan) De Coster (+1842), een gewezen karmeliet. In 1855 werd Jan Baptist De Wit bedienaar van de St-Hubertusparochie. Onder zijn pastoorschap word Terheide in maart 1864 een afzonderlijke kapelanij (zoals nu Krokegem of Asbeek) en nadien in september een zelfstandige parochie met eigen kerkfabriek. Deze pastoor liet de pastorie vergroten (1866), de kerk bouwen (kerkwijding 30 oktober 1867) en de zusterschool oprichten (1885) Ook de volgende pastoors hebben hun steentje bijgedragen tot de verdere uitbouw van Asse-Terheide. Jan Baptist De Wael (1901- 1937) bouwde de jongensschool (1909), hij werd opgevolgd door E.H. Verbiest (1937-1943). Corneel Carlier (1943-1968) zorgde voor een parochiezaal (1949), Piet Van Gucht (1968-1987) vernieuwde de parochiezaal en richtte het
Heideheem in, hij stichtte tevens de parochieraad. Tenslotte
Pater Hugo De Bauw (1987-) liet het nieuw scholencomplex
met nieuwe parochiezaal optrekken en startte met de Parochie-
ploeg die in 1997 officieel door het bisdom werd erkend.

Dr. hist. Jaak Ockeley.

Interieur Asseterheide

Krokegem - Pater Hugo De Bauw © 2001 Allprint